Nieuw regionaal bedrijventerreinenbeleid

Datum: 30/04/2007

Een aantal ontwikkelingen maakt het noodzakelijk de RBSV (Regionale Bedrijventerreinenstructuurvisie) uit 2000 te actualiseren. Zo zijn er nieuwe landelijke en provinciale ruimteramingen voor bedrijventerreinen. Nieuw is ook de positie die de regio als Brainport inneemt in de Nota Ruimte en in het beleid van het ministerie van Economische Zaken in Pieken in de Delta. Ook de toenemende leegstand op de bedrijfsruimtemarkt, de veroudering van bestaande bedrijventerreinen en de gewenste kwaliteit van nieuwe bedrijventerreinen vragen aandacht in een nieuwe strategie. Voor de locaties voor bedrijventerrein-ontwikkeling is het Regionaal Structuurplan Regio Eindhoven / Provinciaal Uitwerkingsplan Zuidoost-Brabant de basis.

Aanpak uitwerken RBSV 2007
Er is in overleg met gemeenten, provincie, REDE en Kamer van Koophandel, voor gekozen de RBSV van onderaf op te bouwen, een zogenaamde bottom-up aanpak. Hiervoor is gekozen om de subregionale situatie goed in beeld te krijgen en goed duidelijk te krijgen welke aspecten van het regionale bedrijventerreinenbeleid op het niveau van de gehele regio moeten worden opgepakt en welke op het niveau van de subregio. Deze aanpak past ook bij de verantwoordelijkheid van iedere subregio voor de verdeling en beheersing van het eigen ruimtebudget. In het kader van deze RBSV is de regio verdeeld in vier subregio’s, te weten: de stedelijke regio, de Kempen, de Peel en subregio Zuid (Waalre, Valkenswaard, Heeze-Leende en Cranendonck).

Subregionale bijeenkomsten
In iedere subregio worden twee bijeenkomsten georganiseerd om voor die specifieke subregio vast te stellen wat de knelpunten, kansen en acties zijn. Dit moet per subregio resulteren in een praktisch overzicht van de belangrijkste keuzes en acties die gezamenlijk worden opgepakt. Dit overzicht vormt de basis voor het regionale afsprakenkader, de RBSV, die vervolgens in regionaal verband wordt opgesteld.

De RBSV 2007
De afspraken in de RBSV worden gemaakt voor de periode 2007 tot en met 2020, met daarnaast een doorkijk tot 2030. Hierdoor wordt rekening gehouden met de lange gemiddelde ontwikkelingstermijnen voor bedrijventerreinen. Het duurt immers al snel 7 à 8 jaar voordat een nieuw terrein voor eerste uitgifte gereed is. Door ver vooruit te kijken wordt voorkomen dat er een nijpend tekort ontstaat doordat terreinen niet tijdig in planontwikkeling zijn genomen. Overigens dient het aanbod aan uitgeefbare bedrijventerreinen niet te ruim te zijn omdat dan de prikkel voor zorgvuldig gebruik van de ruimte (en herstructurering van bestaande terreinen) ontbreekt.

Bron: SRE

Voor meer informatie: http://www.sre.nl

Bedrijvencentra

Dienstverlening MKB

Projecten